Doorbijten

Doorbijten

 

Ze grimast nieuwe tanden bloot.

Lijnen om haar mond, hangende hoeken

verraden verloren terrein.

 

Woorden kauwend slist ze dat kiezen

niet passen, iedereen en alles sterft

zonder dagen om naar uit te kijken.

 

Een Groenlandse haai zwom 150 duizend dagen

zag kabeljauw, zwaardvis en robben

in generaties voorbij komen.

 

Vierhonderd jaar lang wisselde hij

als een kind van zeven om als bijvangst

te belanden in een vissersnet.

 

Ze vraagt of ik nog even blijf.

Haar boterham zonder korstjes

voert haar terug in de tijd.

 

In leven dat niet langer stroomt

bijt ze zich vast. Om haar heen

sluiten draden. Ze wacht.

 

(Nominatie Literatuurprijs Zeist 2018)