Wildgroei

Wildgroei

 

Ze ziet hoe de horizon zich loom uitrekt tot een vergezicht

waarin waterlopen een hokjesland doorkruisen, hoge bomen

weerspiegeld in wildrijke waterkanten wortelen

in heide, weide en akkers waar geuren van mest

en vers gemaaid gras zorgen voor evenwicht

ogen zo ver reiken dat je niet anders kan

dan vertragen, diep inademen, naar binnen kijken.

 

Nog even,

en ze stoot door, steeds dichter op de huid

van die lappendeken die ze al bijna kan aanraken

betasten of aantasten.

 

Als een gezwel dat grenzen blijft verleggen

̶̶   goed- of kwaadaardig wie zal het zeggen   ̶̶

rukt ze op met al haar satellieten

waar parken binnen de perken blijven

bomen en struiken niet mogen uitlopen

bankjes voor hun huizen aan de ketting liggen

kinderen op de vierkante meter voetballen in kooien.

 

Nog even,

dan heeft ze haar bestemming bereikt, raakt het land

steeds meer geheimen kwijt, is alleen het licht

dat door bomen valt

 

niet te vangen.

 

Winnend gedicht Woordstroom 2020 Zaventem België